Skip navigation

NL | FR

Tellurische ubiquataire netten

Deze netten worden ubiquitair genoemd omdat ze overal op de aardbol aanwezig zijn. Deze netten zijn in het verleden door bekende radiëstesisten beschreven geweest (Peyré, Hartmann, Curry). Men ontdekte dat deze netten niet bi-dimensioaal maar wel ruimtelijk zijn.

Klein orthogonaal net of het Hartmann met (G.L. = 12.2)

Dit net loopt van west naar oost en van noord naar zuid Men meet hier zones en men spreekt over snaren i.p.v. vectoren omdat deze snaren parallel liggen en parallel blijven in de ruimte.

Orthogonaal net

De zones liggen:
- op 2,5 meter van elkaar van W naar O en
- op 2,0 meter van elkaar van N naar Z

Het net is niet bidimensionaal (geen plattegrondsprojectie) maar strekt zich naar boven uit in de ruimte langs parallelle zones die van W naar O en van Z naar N een helling van 25° vormen met de plaatselijke verticale as.

De zin van de helling is zoals aangegeven op de tekening en die helling is representatief voor de richting waaruit de energie komt.

Om het net te meten zal men zich steeds met het gezicht moeten wenden in de richting waaruit de energie komt:

  • van W naar O : Decumanus (de hand die wereld doet draaien)
  • van N naar Z : Cardo Mundi

In de praktijk hecht men niet zoveel belang aan dit net en het is bovendien moeilijk te meten omdat het overschaduwd wordt door het Groot Orthogonaal of Globaal net.
Het is het Globaal net dat ontstoord moet worden (het klein orthogonaal net verdwijnt dan).

Het Groot Orthogonaal Net of Globaal Net (G.L. = 7.6)

Het klein orthogonaal net of het Hartmann net wordt overspannen door het Groot Net met grote intensiteiten, waarvan de Maximussen, nu ook snaren genoemd, zich bevinden op, in open veld:

  • op 30 meter van elkaar van W naar O (en met een helling van 25°)
  • op 24 meter van elkaar van N naar Z ( en met een helling van 25°)

Die afstanden gelden in open veld en variëren binnen bebouwde kommen.

De snaren van de Maximussen van het Groot Diagonaal Net kregen een specifieke naam:

  • de snaar W naar O : Decumanus (de hand die wereld doet draaien)
  • de snaar N naar Z : Cardo Mundi

De afstanden tussen de snaren stemmen overeen met 12 x de kleine afstanden. Men spreekt van de 12 intervallen en de 13 zuilen van Maximus naar Maximus. Van Maximus naar Maximus zijn er 60 intervallen en men telt dus 60 slagen van de Lecherantenne als men begint te tellen juist voorbij de eerste Maximus.

Een Maximus kan variëren in intensiteit. Op sommige plaatsen kan die intensiteit zeer hoog oplopen. Men spreekt dan van een Maximus Maximorum

Een Maximus kan een zone zijn met 1 snaar en intensiteit 1. Dan spreekt men van een Maximus Simplex. De intensiteit op de top van de zone is 1 d.w.z. 100%.

Een Maximus kan echter ook meerdere snaren bevatten. Dan spreekt men van een Maximus Multiplex. Op de top van de zone zal men een intensiteit groter dan 100% hebben. Een Multiplex wordt aan weerszijden van de zone afgebakend door een gebied waar de intensiteit 1 of 100% is. Naar het midden van de zone toe loopt de intensiteit op en kan bij een hoog aantal snaren de gedecimaliseerde waarde van 0.1 of 1000% en zelfs méér bereiken (maar totnogtoe werd geen methode gevonden om dit te kwantificeren).

Voorbeelden :
in een 3-zone zal men op de top een intensiteit 0.9 (9 reakties bij decimalisatie) of 1/0.9 = 111% hebben.
bij een 5-zone: 0.8 of 125%
bij een 7-zone: 0.7 of 143%
bij een 13-zone: 0.4 of 250%.

Opmerking:

In het midden van het Groot Orthogonaal Net is het Hartmann net niet waarneembaar. Het kan wel waargenomen worden nabij de snaren van het Grote Net.

Het klein diagonaal net of het Curry net (G.L. = 6.9)

Het diagonaal net loopt van NW naar ZO en van ZW naar NO. De snaren liggen op een onderlinge afstand van 3m. Het net is dus symmetrisch.

De meetrichting van het klein diagonaal net

Het net is ruimtelijk en helt met een hoek van 12,5° in beide richtingen t.o.v. van de verticale as en wel in de zin zoals aangegeven op de tekening, d.w.z. rechtshellend wanneer men in de meetrichting kijkt.

Het klein diagonaal net wordt niet als pathogeen beschouwd. Het speelt een rol echter in de plantengroei (Duits : Wachtstumgitter). Het klein diagonaal net verdwijnt als het Groot Diagonaal Net wordt ontstoord.

Het Groot Diagonaal Net (G.L. = 8.2)

In het Groot Diagonaal net heeft men ook zones met sterke intensiteit zoals bij het Groot Orthogonaal Net. De snaren bevinden zich ook hier op 12x de afstand van de zones: 36 meter.
Zij vertonen ook de helling van 12.5°

.

Het Groot Diagonaal Net

Het ontstoren van het Groot Diagonaal Net moet indien nodig zeer zorgvuldig gebeuren omdat dit net asymmetrisch gedragenen aanvoert.